afvallen chronische stress

Hoe Chronische Stress Je Verhindert Om Af Te Vallen… En Hoe Je Deze Cirkel Doorbreekt.

(Dit artikel is geschreven door kPNI Therapeut Koen De Witte en verscheen eerder op zijn persoonlijke blog.)

Deze case gaat over een dame van 53 jaar, die maar niet kan afvallen. Erger nog, elke poging om af te vallen, leidt uiteindelijk tot meer frustratie en extra kilo’s. Alle vroeger vooropgestelde diëten hadden geen effect. Haar letterlijke woorden: “ik verzwaar zelfs van een glas water en een blad salade”. Dit is een verhaal dat tot vandaag blijft terugkeren in de praktijk… en dat dringend anders moet bekeken worden.

ALS JE LICHAAM VET BLIJFT OPSLAAN EN OPSTAPELEN… DAN HEEFT DAT EEN BEPAALDE REDEN.

Om chronische vetopslag aan te pakken, is het in de eerste plaats belangrijk om te kijken waaróm iemands lichaam de ‘noodzaak’ heeft om vet op te slaan. Zo zien we steeds meer dat bij de meer zwaarlijvige mensen het vet vaak in functie staat van het immuunsysteem, het verdedigingssysteem van het lichaam.

Daarom is het belangrijk dat bij iemand met gewichtsproblemen, de oorzaken of triggers uit het dagelijkse leven en het verleden in kaart worden gebracht. In het geval van de dame van 53 zagen we bijvoorbeeld dat een chronische stressperiode rond haar 35e (het ziekteproces en overlijden van haar moeder) geleid heeft tot een directe grote gewichtstoename van meer dan 10 kilogram. Een gewicht dat ze tot nu toe met geen enkel dieet kwijt raakte.

Maar wat heeft chronische (mentale) stress nu te maken met vetopslag?

De hersenen in rust verbruiken ongeveer 250kcal per dag. Bij stress schiet dat verbruik pijlsnel de lucht in. Zo zien we dat bij ernstige psychologische/emotionele belasting het energieverbruik sterk kan toenemen. Deze chronische stress leidt eerst tot een (hyper)actief immuunsysteem (je verdediging zet alles op alles), maar als dit niet tijdig wordt uitgezet, is een low grade inflammation (LGI) of laaggradige ontsteking het gevolg. Hierbij vraagt het immuunsysteem veel glucose als brandstof. Wanneer deze laaggradige ontsteking na bepaalde tijd nog niet wordt opgelost, zien we dan dat het vetmetabolisme òòk in functie komt te staan van deze laaggradige ontsteking en stressreactie, als bescherming tegen verdere schade (in de vorm van vetopslag).

Alleen creëert dat nu net een vicieuze cirkel, want meer vet opslaan creëert ook weer ontsteking, wat op zijn beurt het immuunsysteem blijft voeden en het vetmetabolisme blijft beïnvloeden waardoor het steeds moeilijker wordt om uit deze laaggradige ontsteking te raken.

De oplossing? Die is te vinden in het detecteren van die mechanismen die betrokken zijn bij de low grade inflammation, en deze correct via bepaalde KPNI principes te behandelen.

3 ACTIEPUNTEN OM HET PROCES VAN VETOPSLAG OM TE KEREN

De (in dit geval) 3 basisprincipes uit de kPNI die ik inzette bij onze 53jarige dame, waren onderstaande.

  1. EEN LAGERE MAALTIJDFREQUENTIE

Bij elke maaltijd (ook tussendoortjes) treedt een ‘post prandial inflammatory response’ ( of ontstekingsreactie na de maaltijd) op doordat de spijsvertering en het immuunsysteem worden geactiveerd. Ook de soort voeding én de voedingsfrequentie heeft hier een grote impact op; want zo zien we dat voeding met een hoge glycaemische lading (hoe snel worden koolhydraten in je darm verteerd en als glucose in het bloed worden opgenomen), en voeding met veel calorieën en suikers een hogere ontstekingsreactie uitlokt.

Als je weet dat elke voedingsinname ontsteking uitlokt, en dat het 5 tot 7 uren duurt om weer tot de uitgangswaarde te komen, is het natuurlijk logisch dat meer dan 3x per dag eten (ook gezonde tussendoortjes) leidt tot een voortdurende belasting op ons immuunsysteem.

5x per dag eten, bijvoorbeeld 3 hoofdmaaltijden met als tussendoortje een snack of frisdrank of suiker (of zoetstof in de koffie!), betekent dus ook dat vetcellen hun vetverbrandingsgevoeligheid verliezen waardoor vetcellen ook steeds groter worden.

Dus: maximum 3x per dag eten en in een later stadium intermittent fasting (3 x per week een ontbijt of avondmaal overslaan) is een interventie die ik hier ook toepaste.

  1. TERUG NAAR EEN MEER VETRIJK OF KETOGEEN DIEET

Wist je dat om vet af te breken, men eigenlijk meer vet moeten eten? Door het eten van meer juiste vetzuren verhogen we onze metabole flexibiliteit en efficiëntie en kunnen we wanneer nodig meer vet verbranden. Maar daarvoor moeten we dus onze vetcellen laden met de juiste vetzuren… en absoluut níet met linolzuur (zoals zonnebloem- of maisolie) of ontstekingsbevorderende vetzuren.

Zo zien we bijvoorbeeld dat de Westerse mens te veel en te vaak slechtere plantaardige oliebronnen gebruikt: arachideolie, zonnebloemolie, saffloerolie. Al deze ontstekingsbevorderende vetzuren vind je ook in margarines, gefrituurde voeding, mayonaises, cake, gebak, ontbijtgranen, vlees, … .

Een Westers voedingspatroon bevat vaak te weinig gunstige ontstekingsremmende vetzuren, die bestaan uit omega-3-rijke bronnen zoals (vette) vis, zeewier, algen, lijnzaad, walnoten, etc, en omega-9-vetzuren uit olijfolie en avocado’s.

Een verstoring in deze vetzuurspiegels leidt tot meer ontsteking en gewichtstoename, en wanneer in een poging om af te vallen gekozen wordt om het eten van vet (dus ook de goede vetzuren) nog meer te verminderen, krijg je als resultaat dat de ontstekingstoestand nòg verder verhoogt en later zal leiden tot nòg meer vetopslag.

Het verminderen van linolzuurrijke producten en het voedingspatroon (tijdelijk) juist ketogeen of met de juiste vetzuren opbouwen, is aldus een noodzakelijke eerste stap in de goede richting. Onze voeding moet dan voornamelijk bestaan uit goede vetzuurbronnen (vis, algen, olijfolie, avocado, walnoten,…) en koolhydraten uit groenten (voornamelijk knollen, kolen, bladgroenten en géén aardappelen, pasta en rijst).

  1. VAN WEINIG BEWEGING NAAR BEWEEGBREAKS

Een noodzakelijke aanpak van obesitas en chronische vetopslag is ook de bewegingsarmoede van de Westerse mens aanpakken. Want langer dan 45 minuten zitten zonder beweging lokt duidelijk meer vetopslag uit, waaronder in de buikstreek. Het is net het ‘buikvet’ dat zeer metabool actief is en uitzet, wat leidt tot necrose (afsterven van cellen) en meer ontsteking, en zo ook meer vetopslag. Sitting breaks zijn de oplossing!

Sitting breaks, dus korte beweegmomenten na elke 45 minuten zitten of inactiviteit, zijn een eerste noodzakelijke stap in het veranderen van het vetmetabolisme. Uiteraard heeft ook 4x per week 45 minuten gaan sporten een impact, maar dan voornamelijk als men nuchter gaat sporten. Nuchter sporten heeft een directe impact op ons vetmetabolisme omdat ons lichaam dan de noodzakelijke energie meer moet halen uit onze vetten.

Één oplossing voor iedereen? Nee, maar…

Ervaar je zelf ook gewichtsproblemen? Laat je dan bijstaan door jouw KPNI therapeut en arts om het specifieke verstoorde werkingsmechanisme te vinden, dat bij jou de oorzaak is van jouw chronische vetopslag. Want zodra je weet welk werkingsmechanisme verstoord is, vind je de juiste sleutel om dit op te lossen en de vetverbranding weer goed te laten functioneren.

Maar, in ieder geval zijn een lagere maaltijdfrequentie, een correct opgesteld ketogeen dieet en meer beweging belangrijke stappen die je meteen terug in de juiste richting duwen.

Maak een afspraak