vetrijk eten om af te vallen

Wil je afvallen? Eet dan méér vet.

Enig idee hoe wij Belgen en Nederlanders er voor staan qua obesitas en overgewicht? In België heeft meer dan 56% van de volwassenen overgewicht, en zo’n 22% kampt met obesitas. ssijfers in Nederland liggen in dezelfde lijn: meer dan 50% overgewicht en zo’n 14% heeft obesitas.

Gewichtscontrole start in je hersenen

Laten we beginnen bij het begin: de werking van de hersenen in functie van gewichtscontrole.

Onze hersenen zijn een van de drijvende organen in ons lichaam. Onze hersenen moeten namelijk ten allen tijde de juiste beslissing kunnen nemen (vanuit het evolutionaire oog op overleven (1)). Op het werk, tijdens sportwedstrijden, in businessmeetings en thuis.

Hiervoor trekken ze energie, in de vorm van glucose, aan vanuit het lichaam. In normale (gezonde) omstandigheden domineren onze hersenen dan ook over ons afweersysteem en alle andere systemen in ons lichaam (2). Ze zorgen dat ze continu qua energie het meeste voorrang krijgen en trekken energie aan. (Dit gebeurt door de activatie van de zogenaamde glucose-onafhankelijke GLUT-1 transportkanaaltjes op de bloed-hersenbarrière.(3))

Tenminste, tot wanneer onze hersenen die trekkracht verliezen. En dan krijgen we problemen. Herkenbare problemen, zoals deze: “Waarom, als ik wéét hoe goed bewegen is voor een mens, kan ik me er niet toe zetten om dagelijks 15 minuutjes te joggen?” of “Waarom, als ik wéét hoe slecht het is om teveel te eten, gooi ik in de namiddag een zak chips binnen in plaats van een bordje aardbeien?

In bepaalde gevallen is dat verlies aan trekkracht aan onszelf te wijten, in andere gevallen niet:

  1. Door een hoge maaltijdfrequentie en door regelmatig te eten (4)Vanuit evolutionair oogpunt gezien was een gevulde koelkast en een nachtwinkel op elk kruispunt, zoals we vandaag hebben, helemaal niet aanwezig. We hadden onze hersenen nodig om eten te zoeken en te vinden. Maar nu er op elk moment van de dag kan gegeten worden, is de noodzaak om onze hersenen te gebruiken om eten te zoeken -en vooral te vìnden- volledig weg, en is die ooit broodnodige trekkracht een pak minder belangrijk geworden. Des te vaker je eet, des te minder de hersenen trekken.
  2. Door stoffen te eten die zoeter zijn dan glucose: Fructose (de onnatuurlijke soort), sorbitol, stevia… In de vakliteratuur worden dat ‘sweet non-caloric substances’ genoemd, en zijn het stoffen die zoeter zijn dan glucose. (Denk aan snoep, sportdrank, gebak, …)
    Door veel van deze stoffen te eten, krijgen de hersenen de boodschap dat er voldoende energie aanwezig is en ze zich geen zorgen hoeven te maken. Waardoor ze hun trekkracht verliezen.
  3. Door chronische laaggradige ontsteking (5)Wanneer er sprake is van een chronische laaggradige ontsteking winnen de hersenen niet langer van het immuunsysteem (=afweersysteem): het lichaam vecht tegen de ontsteking en gaat het immuunsysteem laten domineren over de hersenen voor in het aantrekken van de energie.
  4. Door een trauma: Ook bij een zware hersenschudding verliezen de hersenen hun trekkracht; puur door de beschadiging van het hersenweefsel.

To the rescue: het lichaam stapelt vet op om de hersenen te helpen

Dus wat gebeurt er wanneer we de hele dag door eten, eten tégen de honger, veel bewerkte voeding eten of –wat iets meer buiten onze controle ligt- te kampen hebben met een chronische laaggradige ontsteking of een hersentrauma, en de hersenen daardoor niet meer kunnen ‘trekken’?

Dan zoekt ons lichaam een andere oplossing. En die oplossing is het ‘duwen’ van energie naar de hersenen, waarbij de eerder vernoemde GLUT-1 transportkanaaltjes niet actief zijn (6).

Dat blijkt evenwel een pak moeilijker. We moeten namelijk méér energie (glucose) in onze bloedbaan duwen om dat dan naar de hersenen te krijgen, en moeten tegelijkertijd zorgen dat we onderweg niet te veel verbruiken.

Wat alleen maar lukt door… vetopstapeling én verlaging van ons basaal metabolisme (grondstofwisseling): we gaan meer eten en minder gaan verbruiken (en bewegen). Met als onvermijdelijk resultaat: ‘comfort eating’ en gewichtstoename.

Wat het daarbovenop allemaal nog erger maakt, is dat overgewicht op zich bovendien òòk leidt tot ontsteking, met als resultaat dat er een vicieuze cirkel ontstaat.

De vetcellen bevinden zich immers in bindweefselcomponenten, vaste structuren waarbinnen de vetcellen een beetje kunnen uitzetten, maar waarin ze niet eindeloos kunnen groeien. Als deze vetcellen toch blijven groeien en nog meer ruimte innemen, drukken ze meer en meer tegen elkaar. Met als resultaat dat er eerst zuurstoftekort optreedt en vervolgens celdood. Op dat moment wordt het immuunsysteem geseind en ingeschakeld in een poging de schade op te ruimen, wat op zijn beurt extra energie kost. Energie die opnieuw ten koste gaat van… de hersenen, die in een poging om energie te sparen, minder en minder beweging toelaten. Zo ontstaat er een ‘non-permissive brain disorder’ of met andere woorden: het brein is niet meer in staat om (goeie) beslissingen te nemen.

De oplossing? GEEN calorierestrictie, maar wel meer vet eten.

Om die vicieuze cirkel te doorbreken en dat negatieve proces om te draaien om overtollig vet weer te verliezen, zijn er dus een paar zaken nodig:

  • de ontstekingen moeten worden verminderd;
  • het chronisch actieve immuunsysteem moet uitgeschakeld;
  • de energie-trekkracht van de hersenen moeten weer geactiveerd;
  • en de hersenen moeten opnieuw ander (gezond) gedrag kunnen toestaan, zoals bijvoorbeeld het volhouden van bewegen en het vermijden van de craving naar ongezond voedsel.

In onze prakrijk passen wij daartoe verschillende interventies toe, gebaseerd op inzichten uit de klinische psycho-neuro-immunologie en aangepast aan elk individu waaronder: intermittent fasting, specifieke movementcoaching, koude- & hittetherapie en cognitieve therapie.

Maar waar we bijna standaard mee starten –en wat ook de absoluut eerste stap is- is voedingscoaching gericht op het drie maanden toepassen van een variant op ketogeen diëten (7). Dat betekent dat we gaan inzetten op een ‘high fat, low caloric’-dieet. Hoe doen we dat: door enerzijds de inname van vetrijke voeding te verhogen, maar anderzijds ook door veel laag-calorische voedselproducten zoals groenten te eten. (Wat dus niét betekent dat we onze patiënten een caloriebeperking opleggen, maar wel dat soort groenten en fruit die ze eten een ‘laagcalorische waarde’ hebben.) We gaan als het ware de soort energie die het lichaam krijgt volledig gaan finetunen tot de best mogelijke brandstof die het kan krijgen. Gezonde vetten bevinden zich vooral in vis, poten van gevogelte, eieren, avocado, olijfolie, kokos en zelfs een beetje roomboter.

Dankzij deze voedingsaanpak komt er geen of heel weinig glucose in het lichaam, en aangezien het lichaam energie nodig heeft schakelt het over op de vetten: de lever start de vetten af te breken breekt waardoor er ketonen in het bloed terechtkomen, en die ketonen worden vervolgens gebruikt als energie.

Uiteindelijk komen we dan bij het resultaat dat we willen: we verminderen de ontsteking, het immuunsysteem is niet meer chronisch actief, de hersenen krijgen weer meer energie en uiteindelijk maken zij weer de goeie beslissingen.

Dit staat evenwil in schril contrast met de meeste voedingsadviezen die simpelweg focussen op het minder calorieën innemen. Net in die calorierestrictie schuilt het grootste gevaar: een caloriebeperking wordt simpelweg niet langdurig toegestaan door de hersenen, omdat mensen zich na een tijd beroerd beginnen te voelen. De reden daarvan is dat aanpassing energie vergt en die mensen sowieso al energieproblemen hebben.

Maar opgelet: ook een ketogeen dieet vraagt aanpassing. De hersenen moeten tijd krijgen om om te schakelen. Mensen voelen zich dan zwak en duizelig maar na tien dagen zijn ze vaak een volledig ander mens geworden… en zijn ze sterker om een gezond gedragspatroon op te zetten én dit ook te volgen.

Dus: vet eten, om vet te verliezen!

Wetenschappelijk referenties:
(1) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24845175
(2) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20616886
(3) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26801191
(4) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19965917
(5) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27143035
(6) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/27273526
(7) http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25906427

 

Zit je zelf met vragen over dit of andere onderwerpen?

Maak een afspraak